Asbest
in de bodem
Waarom bodemonderzoek naar asbest?
Ten aanzien van het uitvoeren van (asbest)bodemonderzoek
zijn verschillende aanleidingen mogelijk. Te denken valt onder meer
aan:
- Verkoop van de locatie
- Bouw op de locatie
- Verkrijgen van een vergunning
- Afvoeren van grond van de locatie
- Hergebruik van de grond
- Herinrichting van de locatie
- Nagaan of verdenking op het voorkomen van een verontreiniging
van de
bodem met asbest terecht is
- Vaststellen van de omvang van een bekende verontreiniging van
de bodem met asbest
- Vaststellen asbestconcentraties in een bekend geval van verontreiniging
van de bodem met asbest
- Verifiëren of in een niet-verdachte situatie inderdaad
geen asbest aanwezig is
- Voorgenomen sanering in verband met verontreiniging van de
bodem met andere stoffen dan asbest.
Uitvoering
De uitvoering van het onderzoek is gebaseerd op NEN 5707 ‘Inspectie,
monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond’.
In deze norm zijn verschillende onderzoeksfasen beschreven:
- vooronderzoek asbest
- verkennend onderzoek asbest
- nader onderzoek asbest
Deze onderzoeksfasen dienen te worden doorlopen met inachtneming
van de criteria voor het al of niet doorgaan naar een volgende onderzoeksfase,
zoals beschreven in NEN 5707. Het asbestonderzoek kan worden gecombineerd
met regulier bodemonderzoek.
Doelstelling
Als de aanleiding van het onderzoek bekend is moet de doelstelling
van het onderzoek daarop worden afgestemd. Een aantal veel voorkomende
doelstellingen:
- vaststellen of de bodem op een locatie al dan niet is verontreinigd
met asbest
- de ruimtelijke verdeling van de verontreiniging van de bodem
met asbest vaststellen
- vaststellen van de “ernst”; dat wil zeggen vaststellen
van de omvang en mate van verontreiniging van de bodem met asbest
(van toepassing vanaf het moment dat hierover regelgeving van
kracht is geworden)
- vaststellen van de “urgentie” van de sanering van
de asbestverontreiniging van de bodem (van toepassing vanaf het
moment dat hierover regelgeving van kracht is geworden)
- vaststellen of grond op basis van het gehalte aan asbest kan
worden hergebruikt en zo ja op welke wijze(n)
Samenloop in bodemonderzoek
De projectleider gaat na of het onderzoek naar de mogelijke verontreiniging
van de bodem met asbest kan of moet worden gecombineerd met een
onderzoek naar verontreiniging van de bodem met andere stoffen op
de locatie. Op basis van de aanleiding, de doelstelling en een eventuele
samenloop met ander(e) bodemonderzoek(en) beslist de projectleider
welke fase van het asbestonderzoek (conform NEN 5707, hoofdstuk
5) dient te worden uitgevoerd.
Vooronderzoek asbest
Het vooronderzoek asbest (conform NEN 5725 en NEN 5707) bestaat
uit drie onderdelen:
- archiefonderzoek en verzamelen van andere van belang zijnde
locatiegegevens, zoals gebruik en inrichting
- locatiebezoek
- opstellen onderzoekshypothese
De resultaten van het vooronderzoek asbest zijn bepalend ten aanzien
van de te hanteren onderzoeksstrategie in de daarop volgende onderzoeksfasen.
In aanvulling hierop is het mogelijk dat op basis van de resultaten
van voorgaande onderzoeksfasen een eventueel eerder opgestelde onderzoeksstrategie
dient te worden aangepast.
Asbestverdacht plaatmateriaal
in uitkomende grond
Asbestverdacht materiaal (leiding),
als aanleiding voor uitvoering (nader) asbestonderzoek
Sleuf tot ongeroerde bodem
i.k.v. asbestonderzoek conform NEN 5707
Graven inspectiesleuf
i.k.v. asbestonderzoek conform NEN 5707
|