Partijkeuringen
grond Waarom partijkeuring?
Bij de toepassing van bouwstoffen mogen deze niet belastend zijn voor
het milieu. Het Besluit bodemkwaliteit (Bbk) stelt dat het bevoegd
gezag (gemeente, provincie, waterschap of Rijkswaterstaat) een verklaring
moet hebben omtrent de milieuhygiënische kwaliteit van de toe te passen
(te hergebruiken) grond. Doorgaans wordt om een partijkeuring gevraagd,
zodra er grond (zand, klei, leem of veen) wordt afgevoerd van een
(bouw)terrein. Het Besluit bodemkwaliteit
In het Besluit Bodemkwaliteit staan de kwaliteitseisen waaraan bouwstoffen,
grond en baggerspecie moeten voldoen wanneer deze op of in de bodem
of in oppervlaktewater worden toegepast. Voor de inwerkingtreding
van het Besluit was de regelgeving voor het toepassen van bouwstoffen,
grond en baggerspecie versnipperd over het 'Bouwstoffenbesluit', de
'Vrijstellingsregeling grondverzet' en andere regels. De regelgeving
werd als complex, star en slecht handhaafbaar ervaren. Daarom zijn
de regels per 1 oktober 2008 herzien en is een éénduidig kader gemaakt.
Milieuhygiënische verklaring
Bij de toepassingseisen van grond is in het Besluit bodemkwaliteit
onderscheid gemaakt in een gebiedsspecifiek beleid (=lokale vastgestelde
norm binnen bijvoorbeeld een gemeente) en een generiek beleid (= landelijk
beleid). Bij het bepalen van de toepassingseisen in het generieke
kader wordt getoetst aan:
- bodemfunctieklasse van de ontvangende bodem
- bodemkwaliteitsklasse van de ontvangende bodem
- toepassingseis voor de partij toe te passen grond
Middels het door ons op te stellen rapport wordt invulling gegeven
aan deze laatste toepassingseis. Door de grond te keuren wordt een
milieuhygiënische verklaring opgesteld ten aanzien van de kwaliteitsklasse
van de toe te passen grond. Hierbij kan de partij grond onderverdeeld
worden in twee klassen (en daarnaast kan de grond 'altijd toepasbaar'
en 'niet toepasbaar' zijn, in het kader van het Bbk). Van elke klasse
zijn de maximale waarden vastgesteld. Onderstaand is een en ander
schematisch weergegeven.
De maximale waarden die bij de verschillende normen horen zijn opgenomen
in tabel 1 van bijlage B in de ‘Regeling bodemkwaliteit’.
Toepassen van grond
Partijen grond die voldoen aan de ‘Klasse Wonen’ of
‘Klasse Industrie’ kunnen worden toegepast op landbodems
die door het bevoegd gezag zijn ingedeeld in respectievelijk de
bodemfunctieklasse Wonen en Industrie. Vijf dagen voor toepassing
dient een melding plaats te vinden bij het meldpunt bodemkwaliteit
(www.meldpuntbodemkwaliteit.senternovem.nl).
Indien u als particulier grond toepast bent u vrijgesteld van de
verplichting om de kwaliteit aan te tonen en vrijgesteld van de
meldingsplicht
Partijen grond en baggerspecie mogen alleen volgens de regels van
het Besluit bodemkwaliteit worden toegepast als sprake is van een
nuttige toepassing. Is dit niet het geval, dan wordt de toepassing
gezien als een middel om zich te ontdoen van afvalstoffen en gelden
op grond van de Europese Kaderrichtlijn afvalstoffen strengere regels.
Daarom is voor het onderdeel grond en baggerspecie precies aangegeven
welke toepassingen als nuttig worden beschouwd in het kader van
het Besluit bodemkwaliteit. De volgende toepassingen van grond en
baggerspecie zijn een nuttige toepassing (op grond van artikel 35
van het Besluit bodemkwaliteit):
a) toepassing in bouw- en wegconstructies, waaronder wegen,
spoorwegen en geluidswallen;
b) toepassing in ophogingen van industrieterreinen, woningbouwlocaties
en landbouw- en natuurgronden, met het oog op het verbeteren van
de bodemgesteldheid;
c) toepassing voor het afdekken van een saneringslocatie of als
bovenafdichting voor een stortplaats, met het oog op het voorkomen
van nadelige gevolgen voor mens, plant of dier als gevolg van
contact met het onderliggende materiaal;
d) toepassing in ophogingen in waterbouwkundige constructies en
voor het verondiepen en dempen van oppervlaktewater met het oog
op de hoogwaterbescherming, de doelstellingen van de Kaderrichtlijn
water, bevordering van natuurwaarden en de vlotte en veilige afwikkeling
van de scheepvaart;
e) toepassing in aanvullingen, waaronder de herinrichting en stabilisering
van voormalige winplaatsen voor delfstoffen, of met het oog op
onderhoud en herstel van de toepassingen bedoeld in a tot en met
d;
f) verspreiding van baggerspecie uit een watergang over de aan
de watergang grenzende percelen, met het oog op het herstellen
of verbeteren van de aan de watergang aangrenzende percelen;
g) verspreiding van baggerspecie in oppervlaktewater, uitgezonderd
uiterwaarden, gorzen, slikken, stranden en platen, met het oog
op de duurzame vervulling van de ecologische en morfologische
functies van het sediment;
h) tijdelijke opslag van grond en baggerspecie, bestemd voor de
toepassingen bedoeld in onderdeel a tot en met e, gedurende maximaal
drie jaar op landbodems of gedurende maximaal 10 jaar in oppervlaktewater;
i) tijdelijke opslag van baggerspecie, bestemd voor toepassingen
bedoeld in a tot en met f, gedurende maximaal drie jaar op percelen
gelegen naast de watergang waaruit de baggerspecie afkomstig is.
Partijkeuring met behulp van machinale boorstelling
Depot met te keuren zand
Depot met te keuren gereinigd zand
Depot grond met te keuren "gewassen zand"
|